Een trap, en een deur.
En achter die deur daar moest ik wezen.
Ik wist, jij was thuis.
Maar ik begon het ergste te vrezen.
Want jij was niet alleen.
Zijn beeld ging door me heen.
Ja, nu weet ik,
waarom jij zo snel verdween.
Zo heb ik het nooit bedoeld.
Nee, zo heb ik het nooit gevoeld.
Nee, zo had ik het niet verwacht.
Een ander in je huis die deelt met jou de hele nacht.
Zo heb ik het nooit bedoeld.
Nee, zo heb ik het nooit gevoeld.
Nee, zo had ik het niet verwacht.
Ik smeek je stuur hem weg,
ik wil bij jouw zijn heel de nacht.
Ik luister, aan je deur.
En weet dat hij mijn whiskey zit te drinken.
En jij, huh, jij drinkt wijn.
Dat vond je zo gezellig bij het klinken.
Maar dat zei je tegen mij.
Of is dat nu voorbij.
Vannacht ligt er een ander aan je zij.
Zo heb ik het nooit bedoeld.
Nee, zo heb ik het nooit gevoeld.
Nee, zo had ik het niet verwacht.
Een ander in je huis die deelt met jou de hele nacht.
Zo heb ik het nooit bedoeld.
Nee, zo heb ik het nooit gevoeld.
Nee, zo had ik het niet verwacht.
Ik smeek je stuur hem weg,
ik wil bij jouw zijn heel de nacht.
Zo heb ik het nooit bedoeld.
Nee, zo heb ik het nooit gevoeld.
Nee, zo had ik het niet verwacht.
Een ander in je huis die deelt met jou de hele nacht.
Zo heb ik het nooit bedoeld.
Nee, zo heb ik het nooit gevoeld.
Nee, zo had ik het niet verwacht.
Ik smeek je stuur hem weg,
ik wil bij jouw zijn heel de nacht.